Faillissement
10 belangrijke begrippen bij een faillissement
→
Faillissement
10 belangrijke begrippen bij een faillissement
Zoekt u duidelijke uitleg over wat er bij een faillissement komt kijken? Onderstaande begrippen helpen u om het proces, de rollen en de gevolgen van een faillissement beter te begrijpen.
- Faillissementsaanvraag: Het officiële verzoek bij de rechtbank om een onderneming of persoon failliet te verklaren, vaak ingediend door een schuldeiser of door de ondernemer zelf.
- Faillietverklaring: De uitspraak van de rechter dat u of uw onderneming failliet is. Vanaf dat moment verliest u de beschikkingsbevoegdheid over de onderneming.
- Curator: De door de rechtbank aangestelde bewindvoerder die de failliete boedel beheert, onderzoekt en afwikkelt namens de schuldeisers.
- Failliete boedel: Het geheel van bezittingen en vorderingen van de failliete onderneming, waaruit de schuldeisers (gedeeltelijk) worden betaald.
- Preferente schuldeisers: Schuldeisers met een voorrangspositie, zoals de Belastingdienst en het UWV. Zij worden in principe eerder en vaker (deels) betaald dan andere schuldeisers.
- Concurrente schuldeisers: De “gewone” schuldeisers zonder voorrang. Zij delen in wat er na de preferente schuldeisers nog overblijft.
- Verifieerbare vordering: Een vordering die in het faillissement kan worden aangemeld en beoordeeld door de curator, bijvoorbeeld openstaande facturen of leningen.
- Paulianeus handelen: Handelingen vlak voor het faillissement waarbij vermogen wordt weggesluisd of onredelijk wordt bevoordeeld. De curator kan deze transacties vaak terugdraaien.
- Doorstart na faillissement: Het opnieuw beginnen met (delen van) de onderneming, vaak na verkoop van activiteiten of activa uit de failliete boedel.
- Schuldsanering / herstart: De fase na het faillissement waarin wordt gekeken welke schulden nog resterend zijn en hoe u als ondernemer weer duurzaam vooruit kunt.